100Jaar

Deel 4: De oorlogsjaren

Als de oorlog in 1940 aanbreekt en de Duitsers ons land binnenvallen worden veel zonen uit Groningen opgeroepen om hun dienstplicht te vervullen. Voor de oudste zoon Chris zit de diensttijd er dan net op, hij weet zich wel te redden. Maar als zijn jongere broer Popko een oproep voor het leger krijgt, komt zijn moeder Trijntje in actie. Ze meldt zich met vader Aeilke bij het militaire hoofdkantoor in Emmen, waar de Duitsers het inmiddels voor het zeggen hebben  en geeft aan dat Popko fysiek te zwak is om in het leger te gaan. Dat willen de Duitsers echter eerst met eigen ogen zien...  
 
Als ze daarna de familie Muthert in Musselkanaal bezoeken en bemerken dat er naast levensmiddelen ook alcohol wordt verkocht, stellen ze een speciale "regeling" voor. Popko Muthert hoeft zich niet als dienstplichtige te melden, mits de Duitsers met enige regelmaat langs kunnen komen om drank in te slaan. De familie Muthert gaat met tegenzin met dit voorstel akkoord. Want op deze wijze kan de zwakke gezondheid van Popko toch nog worden ontzien. In de oorlogsjaren staan dan weleens  Duitse wagens bij het café van Muthert. 
 
Ook in oorlogstijd blijft Aeilke Muthert volop ondernemen. In 1942 koopt hij het bekende "Hotel Dik" in Nieuw-Buinen. Daar wil hij zijn oudste kinderen een eigen toekomst laten opbouwen. Chris Muthert, de oudste zoon, is een ondernemende jongeman die inmiddels met een vrachtwagen als "expediteur" de kost verdient.  En zijn jongere broer Popko Muthert blijft zwak van gestel. Daarom maakt Aeilke een plan: Popko en  zus Antje Jantina krijgen in 1943 "Hotel Dik" onder hun hoede. Een ervaren hulp ondersteunt hen in het huishouden. De "rustige" omgeving van Nieuw-Buinen lijkt de ouders voor hun kinderen een veilige plek om in oorlogstijd een eigen zaak op te zetten. Ook de jongste kinderen  van het gezin dragen hun steentje bij. Zo moet Frans regelmatig op de fiets boodschappen wegbrengen voor zijn ouders.     
 
Het is sommige inwoners van Musselkanaal een doorn in het oog als ze weer eens een Duitse auto bij het café van de familie Muthert zien staan. Maar men kent de aanleiding niet... En verder is er vrijwel niemand in het dorp van op de hoogte dat er in het woonhuis bij de winkel verschillende onderduikers verborgen zitten. Het zijn allen jongens uit de veenstreek die in 1943 na een oproep van de "Arbeitseinsatz" weigerden om voor de Duitsers te werken. Bij Muthert vinden ze veilig onderdak. De aanwezigheid van Duitse militairen in het café geeft de familie Muthert zo een dekmantel. De speciale "regeling" met de Duitsers maakt deze locatie immers "onverdacht"... 
 
De wijze waarop Aeilke en Trijntje Muthert dit "dubbelspel" spelen, kenmerkt hun onverschrokken houding. Achter in de opslagruimte van de groothandel "Het Noorden" wordt zelfs clandestien geslacht, terwijl de Duitse soldaten in het café hun borrel drinken.  Ondertussen wordt er ook "gewoon" boodschappen geleverd aan de familie van herenboer en vervener Maarsingh, die de villa "Huize ter Marse" bij de watertoren bezit. In deze villa woont in de oorlogsjaren Jacob Maarsingh, die als NSB-er gemachtigde van Mussert voor de provincies Groningen en Drenthe is.  Voorzichtigheid is geboden dus... 
 
Als in 1943 blijkt dat Trijntje op hoge leeftijd alsnog in verwachting is, wordt dit aan het gezin nog niet verteld. Men wacht eerst af. Op een gezinsfoto die in de zomer van 1943 is gemaakt, is dat mooi in beeld gebracht. De kinderen staan fier rond hun zittende ouders geportretteerd. Moeder Trijntje is zwanger van de jongste. Enige maanden later wordt dochter "Trijntje" in goede gezondheid geboren, die als "nakomertje" een warm welkom vindt in het grote gezin.

Gezinsfoto familie Muthert 1943 - 100 jaar Muthert

De oorlog eist desalniettemin een zware tol in Musselkanaal. Diverse Joodse gezinnen uit Musselkanaal van onder ander Schoolstraat, Schoolkade, Sluisstraat en de Sluiskade zijn in 1942 en 1943 naar vernietigingskampen zoals Sobibor en Auschwitz in Polen afgevoerd. 

Na afloop van de oorlog in mei 1945 worden collaborerende NSB-ers opgepakt en bestraft. 
En  komen "de onderduikers" aan de Schoolstraat 48 naar buiten. Zodra de buurtbewoners horen wat er op de Schoolstraat in werkelijkheid gebeurd is,  begeven ze zich naar de winkel van de familie Muthert.  Daar wordt vader Aeilke door zijn dorpsgenoten op de schouders gezet en als een ware held door hen langs het kanaal gedragen.  
 
Na de oorlog herstelt het leven zich langzaam in Musselkanaal. De scheepvaart langs het kanaal komt weer opgang,  de handel leeft op, er komen meer levensmiddelen beschikbaar. Wekelijks worden bij de familie Muthert grote voorraden suiker, zout, beschuit, koffie, thee én sterke drank over water aangevoerd en in het pakhuis opgeslagen.  Aeilke begeeft zich op dinsdag voortaan weer naar Groningen, om nieuwe producten te zien en met de fabrikanten prijsafspraken te maken. 
En moeder Trijntje geeft met haar natuurlijke overwicht de winkel opnieuw de allure van weleer. 
De vrachtschepen die Musselkanaal in deze jaren aandoen, leggen meestal vlakbij Muthert aan. Met grote zakken worden de voorraden zout, suiker, beschuit, koffie en thee in grootverpakkingen over een plank aan de kade gebracht en vandaar op de rug naar het pakhuis gesjouwd. Daar wordt alles de trap op gedragen en op zolder opgeslagen, klaar om uitgepakt en opnieuw ingepakt te worden voor de klanten. Het is elke keer weer een heel karwei... De drank wordt daarom in grote vaten beneden in het pakhuis bewaard.  
 
Eind jaren 40 neemt de welvaart onder bevolking weer toe. Dat merkt men in de winkel ook. Aeilke en Trijntje krijgen vanaf dan versterking van hun jongste zoon Frans. Want het is "een gewoonte" in de streek dat de oudste zonen een eigen zaak hebben en de jongste zoon de zaak van vader overneemt. Zo komt een nieuwe generatie Muthert in beeld.

Tags:

De crisisjaren '30

In de lastige crisisjaren ´30 ziet Aeilke Muthert juist veel kansen. De ´beurskrach´ van 1929, waarbij de aandelenkoersen op de beurs in New York hard onderuit gaan en er vervolgens een wereldwijde financiële crisis uitbreekt, heeft ook voor Nederland verregaande gevolgen. De werkloosheid in ons land neemt begin jaren ´30 sterk toe en de overheid zet alle zeilen bij om werkloze arbeiders van ´werkverschaffing´ te voorzien. Ook de ´herenboeren´ uit Groningen merken dat het tij keert. Tal van landarbeiders krijgen ontslag of moeten tegen een karig loon hard werken op het land. Veel arme gezinnen emigreren daarom naar elders en belanden via hun kerkgenootschappen uiteindelijk in Amerika of Afrika.

Blauwdruk nieuwbouw Cafe A. Muthert
Aeilke Muthert richt een café op waar men in crisistijd een borrel kan drinken Een ´vergunningslokaal´ tussen het winkelhuis en het pakhuis in.

Het pakhuis is rond 1930 verder uitgebreid. Maar Aeilke Muthert is een rasondernemer die in crisistijd juist veel kansen ziet. Mede als gevolg van de crisis neemt het alcoholgebruik toe, want men wil graag een borrel om het leed te verzachten... .. Maar ´schenken´ in de winkel mag niet. Dus richt Aeilke Muthert  een apart ´vergunningslokaal´ op, dat als café dient. 
Aeilke besluit  in 1934 om een aparte cafégelegenheid te bouwen. Het nieuwe, moderne café zal uiteindelijk naast het winkelhuis worden gebouwd.
De gebroeders Blauw uit Gasselternijveen verzorgen als architecten het ontwerp, de gebroeders Benus uit Musselkanaal werken het als aannemer verder uit. In ´Café A. Muthert´ kan men vanaf najaar 1934 voor een borrel terecht, meestal een goed glas jonge jenever, maar de gelegenheid dient ook als plek waar kleine bijeenkomsten zoals openbare verkopingen plaatsvinden. Het café is voor velen een uitkomst. Vaak lopen arbeiders na een lange werkdag op het land of in de fabriek binnen voor een ´opkikker´. Het is een schrale troost in barre tijden.

Cafe A. Muthert - Slijterij Frans Muthert 100 jaar

Aeilke is een ondernemende man die overal mogelijkheden ziet. Ook in deze lastige jaren... Hij koopt eveneens twee andere kruidenierszaken in Musselkanaal, aan de Marktstraat en in de Schoolstraat. Deze winkels dienen als ´dependance´ van zijn eigen zaak. En het biedt zijn opgroeiende kinderen alvast de mogelijkheid het vak te leren kennen. Want Aeilke en Trijntje Muthert willen er zorg voor dragen dat hun kinderen al snel op eigen voeten kunnen staan.
De kruidenierswinkel en de groothandel ´Het Noorden´ in Musselkanaal blijven in deze jaren de voornaamste bron van inkomsten. De winkel wordt door bezoekers vaak als ´anders´ ervaren, het is er luxueuzer dan men gewend is. Maar ook de bediening is vriendelijk en het personeel wordt er goed verzorgd. Vooral de flessen jenever, likeur en vieux zijn erg geliefd. En de winkel voorziet het hele dorp van de benodigde levensmiddelen. Maar Aeilke ziet overal handel in... Als de crisis aanhoudt en zelfs de ´herenboeren´ op het Groningse platteland in de jaren ´30 hun inboedel te koop aanbieden, koopt hij waardevol servies voor een prikkie op. Als hij eens een ´scheepslading´ antiek koopt, steekt Trijntje er echter een stokje voor. Dat vindt ze te ver gaan... 
Na het overlijden van vader Popko Frans Muthert in de zomer van 1935 is het aan zijn jongere zonen Popko Jan en Frans Hendrik om zijn nagelaten kruidenierszaak voor te zetten. In het voorjaar van 1937 heropenen ze aan de Verbindingsweg in Musselkanaal het levensmiddelenbedrijf ´Gebroeders Muthert´. Het is een mooie, grote winkel in kruidenierswaren, drogisterij-artikelen en huishoudelijke artikelen. Zo bestaan de zaken van de drie broers Muthert op goede voet naast elkaar in Musselkanaal, want men gunt het elkaar in de ´koopliedenfamilie´. Deze onafhankelijke, zelfbewuste houding van het echtpaar Muthert wordt in die tijd ´bij toeval´ treffend vastgelegd door een schilder, die voor zijn kunstwerk met levensmiddelen ´in natura´ wordt uitbetaald.

Aeilke Muthert Sr. en zijn vrouw Trijntje Alvering - Muthert 100 jaar
De onafhankelijke, zelfbewuste houding van het echtpaar Aeilke en Trijntje Muthert wordt in deze tijd ´bij toeval´ treffend vastgelegd
door een schilder uit de streek, die voor het kunstwerk met levensmiddelen ´in natura´ wordt betaald.

 

Tags:

De oprichting en eerste jaren

Augustus 1918 markeert de oprichting van de winkel in “Koloniale waren, Gedistilleerd, Haringinleggerij en Vischhandel” en daarmee de voorloper van de huidige slijterij. Nadat Aeilke Muthert werkervaring had opgedaan bij zijn vader  Popko Frans Muthert en met zijn agentschap bij de Firma Bosman te Groningen besluit hij in 1918 voor zichzelf te beginnen aan de Schoolstraat te Musselkanaal . Samen met zijn vrouw Trijntje Alvering neemt Aeilke na hun huwelijk op 22 augustus 1918 intrek aan de Schoolstraat 31 (wat later is veranderd in 48) en trots laat hij een eigen logo ontwerpen voor de etiketten van de jeneverflessen als "Grönniger Olle Kloare". AAM (Aeilke Muthert Musselkanaal) anno 1918.

Gronniger Olle Kloare AAM Muthert Musselkanaal 1918

In het najaar van 1918 breekt in Musselkanaal immers een  bijzondere tijd aan. Door de langdurige oorlog om ons heen is er in het land een groot gebrek aan brandstoffen. Er is veel vraag naar turf, waarvan de prijs explosief stijgt. Voor de talrijke verveners uit de gemeente Onstwedde breekt een gouden tijd aan, er wordt volop turf afgegraven en verhandeld. Door de nood aan levensmiddelen stijgt ook de vraag naar aardappelen, de aardappelfabrieken in Musselkanaal kennen eveneens hoogtijdagen. De winsten nemen toe, de lonen van turfstekers en arbeiders stijgen en de consumptie floreert. En daar kan de handel weer volop van profiteren…

Aeilke heeft al snel de handen vol. Met het oog daarop breidt hij zijn bedrijf in het "winkelhuis" verder uit. Aan de straatzijde vestigt hij zijn kruidenierswinkel, met daarachter een pakhuis voor de groothandel. Vanaf 1920 wordt dat het onderkomen van grossierderij "Het Noorden", zoals de groothandel voortaan heet. Want Aeilke Muthert is een ondernemer die in het klein begint, maar groot denkt.

Blauwdruk woonhuis en pakhuis Muthert en Grossierderij het Noorden in Musselkanaal
Het woonhuis aan de Schoolstraat wordt in 1920 uitgebreid met een nieuwe, ingebouwde winkel. Het pand wordt dan een "winkelhuis" Achter het pand ligt een klein pakhuis dat onderdak biedt aan grossierderij "Het Noorden".

Maar niet alles is zonneschijn... Begin 1924 breekt er brand uit in het pand aan de Schoolstraat, dat als "winkelhuis" dienst doet. Gelukkig dekt de verzekering de schade. In de maanden erna laat Aeilke op hetzelfde perceel een geheel nieuw woon- en winkelhuis bouwen, met ernaast een groot pakhuis. De fraaie entree van de winkel en het pakhuis ligt langs het kanaal en geeft de zaak een bijzondere allure. 

Blauwdruk nieuwe winkelpand, woonhuis en pakhuis Muthert Musselkanaal
Na een brand in januari 1924 laat Aeilke Muthert op dezelfde locatie een fraai, nieuw woon- en winkelhuis met een groot pakhuis ernaast bouwen. Het stijlvolle ontwerp is van de hand van architect G. van der Mei uit Stadskanaal.

 

Begin jaren ´20 gaat de zaak van  vader Popko Frans Muthert minder goed en verkoopt hij zijn veengronden én het woon- en winkelhuis aan de Oosterkade in Stadskanaal, waar Aeilke ooit het vak heeft geleerd. Aeilke schiet zijn familie te hulp. Hij zorgt ervoor dat zijn vader een nieuw woon- en winkelpand krijgt aan de Verbindingsweg 3 in Musselkanaal. Dat is ook de plek waar zijn jongste zonen van Popko Frans, Popko Jan en Frans Hendrik, de jaren erna het vak van kruidenier van vader kunnen leren. Zo blijft de familie bijeen. 

 

Het zorgt er tevens voor dat het echtpaar Muthert-Ham alsnog een mooie "oude dag" kan  
beleven. Op vrijdag 4 juli 1930 wordt op feestelijke wijze met de hele familie hun 40-jarig huwelijksfeest gevierd. Het gezin van Aeilke en Trijntje breidt zich verder uit. In deze jaren worden de kinderen Antje Jantina (1918), Christianus (1919), Jantina (1922), Popko (1924), Frans Hendrik (1926), Trijntje Jeanette (1930. Heel verdrietig overlijdt ze twee maanden later) en pas veel later Aaltje (1938) en Trijntje Jeanette (1943) geboren. 

Aeilke Muthert is ook een aantal jaren bestuurslid van "2e afdraai en omgeving", de plaatselijke belangenvereniging die zich sterk maakt voor een betere infrastructuur. Ondertussen loopt het zakelijk gezien naar wens. Voor het vervoer van de producten naar de winkeliers in de omgeving wordt een bestelwagentje aangeschaft. Dat is wel zo gemakkelijk... Eind 1929 koopt Aeilke een aangrenzend perceel van buurman Sijpkes. Hij geeft aannemer Benus de opdracht de zaak verder uit te breiden. Zo ontwikkelt de bloeiende zaak van Aeilke Muthert zich stapsgewijs verder.

In de jaren ´20 en ´30 van de 20e eeuw zijn Stadskanaal en Musselkanaal drukbevaren plaatsen met veel goederentransport over het spoor. De bebouwing rondom het kanaal neemt alsmaar toe en concentreert zich in een lang lint aan weerszijden van het kanaal, waar in de nabijheid van de bruggen en de sluizen tal van winkeltjes te vinden zijn. Veel van deze winkeltjes zijn kruidenierszaken waar van alles te koop is, van dagelijkse levensbehoeften tot scheepsbenodigdheden. En uiteraard een borrel voor de schippers... 
 
De talrijke winkeltjes worden bevoorraad door grote grossiers, die meestal in Groningen zijn gevestigd. Via speciale agentschappen weten de grossiers hun voorraad in plaatsen als Stadskanaal en Musselkanaal te verkopen. Met speciale advertenties maken ze in regionale kranten nieuwe producten aan het grote publiek bekend. Maar als Aeilke Muthert de groothandel "Het Noorden" opricht, neemt hij de rol van grossier van hen over. Het is een stap die duidelijk maakt 
dat de handelsplaatsen langs het kanaal zelfstandiger worden en voortaan hun eigen boontjes kunnen doppen.

Voorgevel winkelpand met links pakhuis Grossierderij het Noorden en Muthert
De zussen Alie en Tineke voor de kruidenierswinkel, met de buurvrouw en twee bezoekers. Op de gevel staat in sierlijke letters "Grossierderij, Kruidenierswaren, Wijnen en Likeuren". Links ligt het pakhuis van "Het Noorden"

Op het winkelpand van Aeilke Muthert staat dan ook met trots in sierlijke letters "Grossierderij, Kruidenierswaren, Wijnen en Likeuren" vermeld. Aan straatzijde ligt de kruidenierswinkel, waar veel buurtbewoners hun inkopen doen. Daarachter staat het grote pakhuis waarop de naam "Het Noorden" prijkt. De meeste producten, zoals zout, suiker en meel komen per trein in grote zakken aan, die vanaf het station aan het begin van de Eerste Exloërmond worden opgehaald en naar het pakhuis worden gebracht. Daar worden de producten "omgepakt" in kleinere verpakkingen zodat ze gemakkelijker vervoerd kunnen worden. Ook azijn en spiritus worden van grote vaten in flessen gegoten. Zo worden de producten van "Het Noorden" in "kleinverpakkingen" vervolgens door de familie Muthert naar de talrijke kruidenierswinkeltjes langs het Stadskanaal gebracht.

 

Tags:

Deel 1: de voorgeschiedenis

100 jaar Frans Muthert 1918-2018

Het zal u niet ontgaan zijn, in 2018 bestaan we 100 jaar. In augustus 1918 werden we opgericht door, een eveneens ondernemende, Aeilke Muthert. Naast drank verkochten we lange tijd ook kruidenierswaren en was de winkel een trekpleister voor de buurt en vele schippers die het drukbevaren kanaal in Musselkanaal aandeden.
In een serie van 8 doen we de geschiedenis van ons bedrijf in de laatste 100 jaar (en daarvoor) uit de doeken om vervolgens in augustus 2018 groots ons 100 jarige bestaan te vieren. Vandaag deel 1.

Vanaf de 18e eeuw wordt turf  één van de voornaamste brandstoffen van het land. Met de aanleg van een kanaal  vanaf Veendam begint in de 19e eeuw de ontwikkeling van Westerwolde. Het water stroomt uit het moerasgebied, de turf kan worden afgegraven. De streek trekt mensen aan, die werken als turfsteker of boer op het land, als arbeider of ambachtsman bij het kanaal. Langs het kanaal vindt met name de bebouwing en bedrijvigheid plaats en ontstaan trefpunten voor de schippers die er vaak moeten wachten

Zo ontwikkelt het water zich tot een levensader. Langs het kanaal vestigen zich ook winkeltjes die als familiebedrijven aan de boeiende ontwikkeling van de veenstreek bijdragen. Wij zijn één van de vele en daarover gaat onze geschiedenis, een eeuw lang levenswater langs het Musselkanaal.

 

In het voorjaar van 1821 is de 'eerste' Muthert in Nederland. Hij leert in de 'wilde venen', de turfstreek bij Veendam, Johanna Hendriks van Veen kennen. Johanna is dan hoedenmaakster, die in de 'Veendammer wind' gedragen worden door de gegoede burgerij. Ze raken bevriend. Zij raakt zwanger en op 24 december 1821 in de 'Ommenlanderwijk' in Veendam ziet Frans Heinrich Muthert het licht.

De naam 'Muthert' komt waarschijnlijk uit Duitsland. Daar leeft in de 18e eeuw inderdaad een familie onder deze naam, maar de familie emigreert in de 18e en 19e eeuw naar Amerika. Wellicht is de 'eerste' Muthert een schipper geweest die uit Duitsland kwam en op de boot turf vanuit de veenstreek naar elders vervoerde. Tijdens een van deze tochten heeft hij in Veendam mogelijk Johanna Hendriks van der Veer leren kennen. Veel schippers en landarbeiders uit het Duitse 'Ost Friesland' trekken in deze tijd immers naar de veenstreek om hun geluk in de 'wilde venen' te beproeven. Als in het voorjaar de venen rondom Veendam zijn uitgegraven, vertrekken ze vaak naar elders, naar andere oorden met een nieuwe, ongewisse toekomst. 

Als hij eenmaal is opgegroeid wordt Frans Heinrich Muthert schipper. Hij verhuist naar het nabij gelegen gemeente Onstwedde, waarna hij zich in Stadskanaal vestigt. Daar is in 1815 het langgerekte kanaal geopend waarnaar de plaats Stadskanaal ook is vernoemd. Het kanaal bij de rivier de Aa is door de stad Groningen aangelegd om de ontginning van het hoogveen in deze streek te bevorderen. Het kanaal loopt langs de 'Semslinie', de grens van de provincies Groningen en Drenthe en wordt door de opkomende turfvaart al snel een van de drukste vaarroutes in het land.

Aan beide zijden van het kanaal ontstaat gaandeweg steeds meer bebouwing en zo vormt zich langs het kanaal een kilometers lang 'lintdorp'. De opening van het kanaal zorgt voor de nodige nijverheid in de streek. Tal van schepen passeren er om turf en aardappelen te vervoeren, rondom de aanlegplaatsen en sluizen ontstaat een levendige handel in allerhande benodigde zaken, zoals levensmiddelen en drank. Tal van kleine winkeltjes en cafés vestigen er zich vanaf deze tijd. Halverwege de 19e eeuw wordt het kanaal verder uitgebreid in de andere richting en loopt het helemaal door naar Ter Apel.

Frans Heinrich is echt een kind van de streek. Eerst vaart hij een tijdje op zee, maar daarna kiest hij als schipper voor de binnenvaart. Later wordt hij beurtschipper, die een geregelde dienst tussen een aantal plaatsen onderhoudt. Het regelmatige leven past ook beter bij zijn gezinsleven. Want op 14 december 1846 trouwt hij in de gemeente Onstwedde met Aaltje Jans Spier, die als arbeidersdochter eveneens uit deze gemeente afkomstig is. In de jaren die volgen wordt het gezin Muthert uitgebreid met zeven zonen.

Het water in de veenstreek is veelbepalend voor de familie Muthert, die vaak rondom of op het schip leeft. Een van de zonen, Popko Frans wordt op 20 september 1860 zelfs aan boord geboren, als het jonge gezin eens is aangemeerd in Hoogkerk... De zonen van Muthert groeien dan ook op langs het veel bevaren kanaal in het levendige Stadskanaal, waar het dagelijks een komen en gaan van schepen is. Korte tijd woont het gezin in Wildervank, dat iets verderop langs het kanaal ligt. Maar vervolgens keert de familie Muthert weer terug naar het voor een ieder vertrouwde Stadskanaal. 

Met het oog op de toekomst kunnen de zonen kiezen of ze op het water óf erlangs willen werken. De oudste zonen worden schipper op de binnenvaart of zijn beurtschipper, net als vader Muthert.
De jongere zonen kiezen echter voor een beroep op het vaste land en vestigen zich aan de 'handelsroute' langs het kanaal als koopman.  En zowel als schipper én koopman maken ze volop naam. 

Harm Frans (H.F.) Muthert verwerft in 1885 het agentschap van de distillaten van 'Wed. Joustra' uit Sneek. En zijn broer Popko Frans (P.F.) Muthert wordt op 13 juli 1886 aangesteld als agent voor Stadskanaal door likeurstokerij en koloniaalhandel 'J. H. van Hasselt Jr' uit Groningen. Dan wordt de naam van Muthert als handelaar in sterke drank al gevestigd. Door de ondernemende activiteiten van alle zonen verandert ook de situatie van de familie Muthert in de gemeente Onstwedde gaandeweg. De oudste broers Johannes Frans en Frans Hendrik zijn als schipper zo vaak onderweg dat ze verhuizen naar de havens waar hun beurtschip meestal aanlegt. Johannes Frans Muthert verhuist als eerste naar zijn 'thuishaven' Rotterdam. Enige jaren later vestigt zijn broer Frans Hendrik zich met het schip 'De Onderneming' in het Gasselter-Nijeveen, dat op dat moment het levendige centrum is van de 'veenkoloniale' scheepvaart en lange tijd zelfs 'de vierde haven' van het land is.

De drie jongere broers, Popko Frans, Harm Frans en Klaas Muthert, blijven als koopman in Stadskanaal. Oost west, thuis best... Als de aangrenzende buurt na de uitbreiding van het kanaal verder uitgroeit, wordt deze plek 'Musselkanaal' genoemd. Die naam verwijst naar de ligging van het 'nieuwe' dorp langs het Mussel-Aa kanaal en zegt veel over het economische belang dat het kanaal in de regio inneemt. Want naast de turf die al meer dan een eeuw in de omgeving wordt gewonnen en naar elders wordt vervoerd, zijn er ook andere vormen van werkgelegenheid ontstaan: zeilmakerijen, scheepswerven en er zijn inmiddels diverse aardappelfabrieken langs het kanaal gevestigd die over het hele land handel drijven. En de komst van een tramlijn langs het kanaal in 1895, op initiatief van de 'Eerste Groninger Tramway-Maatschappij', maakt de eens zo afgelegen streek aan het water voor de omgeving voortaan beter toegankelijk. Zo ook Musselkanaal.

Het zijn tekenen van de nieuwe tijd, die zich rond de eeuwwisseling in Stads- en Musselkanaal aandient. Maar de komst van de nieuwe eeuw betekent ook het einde van een tijdperk. Voor de familie Muthert breekt dat moment zelfs letterlijk aan als op 3 juli 1903 'stamvader' Frans Heinrich Muthert op 81-jarige leeftijd overlijdt. Hij laat een hechte, ondernemende en voor die tijd vermogende familie na.

De zoon Popko Frans van Frans Heinrich heeft een bloeiende zaak in Stadskanaal en ook zijn broers Harm Frans en Frans Klaas Muthert in Musselkanaal.  Popko Frans trouwt met Antje Jantina  Ham. Zij krijgen negen kinderen waarvan Aeilke Muthert de oudste zoon is. Al vroeg wordt hij door zijn vader in het vak als koopman ingewijd. Bij de zaak van zijn vader krijgt hij 1911 al een eigen agentschap voor de Groothandel Bosman uit Groningen.
Als Aeilke in augustus 1918 met Trijntje Alvering trouwt, besluit Aeilke als koopman voor zichzelf te beginnen. Het jonge echtpaar bruist van de energie en is nergens bang voor.  
Ze nemen hun intrek aan de Schoolstraat, op dat moment nummer 31 (de benummering verandert later in 48), in Musselkanaal. Daar beginnen ze een Grossierderij in Koloniale waren, gedistilleerd en Haringinleggerij. Trots laat Aeilke een eigen logo ontwerpen, dat als etiket op jeneverflessen zoals de 'Grönniger Olle Kloare' wordt bevestigd, met als vermelding: 'AMM(Aeilke Muthert Musselkanaal), anno 1918'. En dat komt goed te pas... In het najaar van 1918 breekt in Musselkanaal immers een  bijzondere tijd aan. Door de langdurige oorlog om ons heen is er in het land een groot gebrek aan brandstoffen. Er is veel vraag naar turf, waarvan de prijs explosief stijgt. Voor de talrijke verveners uit de veenkoloniën zoals Stadskanaal en Musselkanaal  breekt een gouden tijd aan, er wordt volop turf afgegraven en verhandeld. Door de nood aan levensmiddelen stijgt ook de vraag naar aardappelen, de aardappelfabrieken  kennen eveneens hoogtijdagen. De winsten nemen toe, de lonen van turfstekers en arbeiders stijgen en de consumptie floreert. En daar kan de handel weer volop van profiteren…

Dat merkt Aeilke Muthert. Als grossier in kruidenierswaren en sterke drank heeft hij al snel de handen er aan vol. Met het oog daarop breidt hij zijn bedrijf in het 'winkelhuis' verder uit. Aan de straatzijde vestigt hij zijn kruidenierswinkel, met daarachter een pakhuis voor de groothandel. Vanaf 1920 wordt dat het onderkomen van grossierderij 'Het Noorden', zoals de groothandel voortaan heet. Want Aeilke Muthert is een ondernemer die in het klein begint, maar groot denkt.

Tags:

Abonneren op 100Jaar